april 25, 2018

video installation in progress: 1

* there is a suggestion of a movement from the real world. is not there. should it be there?
* timing is important because it gives context. (consequence of an action)


april 22, 2018

cycle contemplation

Installation with two projections over each other. An attempt at connecting an artificial image with an image from the physical world.


maart 18, 2018

reflectie

Over de zoektocht naar de grens tussen abstractie en figuratie, en hoe (narratieve) film zich hiertussen weerhoudt. De objecten veranderen op een bepaald moment van functie: van een functie die een bijdrage kan leven aan een verhaal, naar een meer abstracte functie waarin de objecten hun eigenlijke doel verliezen, en op de voorgrond worden gezet. Ze veranderen in dode figuranten waardoor hun eerdere functie ten twijfel wordt getrokken. De focus wordt gelegd op het enkele bestaan van de objecten zonder de poëtische waarde hiervan te verliezen. Doordat het licht uit gaat transformeert het scherm waarop de video wordt afgespeeld in een object dat meedoet en ook een op zichzelf staand object wordt, onderdeel van de ruimte. 

februari 24, 2018

februari 07, 2018

small experiments with colliding objects


 





I like to see the connection between this ^ and stuff that I did in my first year:

januari 21, 2018

moving forms in still spaces




























A world in which shapes move, but in a different way from one another, which results in a video installation with multiple screenings of moving shapes, existing at the same time, in the same world. The viewer does not have to understand what is happening in order to be captured by that what is happening.

Work is still in progress.


januari 15, 2018

kijkonderzoek 1

Het geestelijke in abstracte kunst - Wassily Kandinsky (1910)
onderzoek naar kijken, door abstracte kunst via Kandinsky
 1
Het zuivere materiaal van de literatuur en de poëzie is het woord, het woord dat de mogelijkheid heeft zich in een zowel materiële als abstracte (fysieke > emotionele) vorm te plaatsen. Door het woord te herhalen blijft er enkel een zuivere klank over. Door te kijken naar andere kunstvormen (schilderen > muziek) worden mogelijkheden ontdekt: muziek is zonder uiterlijke vorm in staat om de zielstoestand van de mens te omschrijven, hierbij heeft muziek (en bewegend beeld) het voordeel van tijd. Het kan inspelen op tijdsverloop, daar waar een schilderij zijn innerlijke inhoud geheel op 1 moment moet kunnen presenteren. [Het vergelijken van kunstvormen kan alleen succesvol zijn wanneer een bepaalde kunstvorm de ander leert met haar eigen middelen om te gaan, haar eigen middelen principieel dezelfde omgang te bieden, volgens haar eigen principe[1]] In mijn interpretatie: kunstvormen spreken dezelfde taal, maar gebruiken andere woorden. Het (overlappen van de eigen middelen van een kunstvorm met een ander principe) gebeurt binnen het proces van scheppen.
(Hoe kan bewegend beeld zich verhouden ten opzichte van een schilderij? (met betrekking tot tijd, vorm en de tweedimensionale benadering)
(de zoekers van het innerlijke in het uiterlijke)

II Kandinsky deelt de werking van kleur op in 2 hoofdresultaten: een zuiver fysieke werking en een psychische werking. De zuiver fysieke werking wil zeggen dat het oog wordt geprikkeld: een, nu nog, oppervlakkige indruk die slechts van korte duur is. Wanneer de ziel meer openstaat voor een belevenis, dus door een hogere ontwikkeling van het kijken op zich, ontstaat er in de kleur een innerlijke klank en een verruiming van mogelijkheden binnen zo’n kleur. [Het schrille citroengeel doet het oog na langere tijd pijn (..) Het oog wordt onrustig, houdt de aanblik niet lang vol en zoekt verdieping en rust in blauw of groen[2]]. Dan is er ook ruimte voor een ‘emotionele schok’, wat leidt tot het tweede hoofdresultaat: de psychische werking.
De ziel is sterk met het lichaam verbonden, wat de mogelijkheid schept dat het lichaam als vanzelf fysiek reageert op een kleur door middel van (onderbewuste) associatie, bijvoorbeeld: sommige kleuren zien er zacht uit, terwijl andere kleuren er ruw uit zien.

Een kleur kan niet zelfstandig bestaan, het bestaat altijd in een vorm, zelfs als het een keuze is om het niet in een vorm te laten bestaan.

Een vorm kan wel zelfstandig bestaan [als weergave van een object of als zuiver abstracte begrenzing van een ruimte[3]]
.

Een kleur die wordt gedacht wordt zowel nauwkeurig als onnauwkeurig gedacht, doordat je tijdens het denken in principe enkel een abstracte voorstelling kan doen, zonder details. Daarom is het zowel nauwkeurig als onnauwkeurig.
Nauwkeurig omdat hierdoor je eigen innerlijke klank van de voorstelling van een kleur helder blijft. Onnauwkeurig omdat de details van de kleur (bijvoorbeeld nuance verschil of warme/koude gloed) er nog bij gedacht moeten worden. Als een kleur in materiële vorm moet worden weergegeven (op welke manier dan ook, in welke kunstvorm dan ook) moet men het ‘subjectief karakteriseren’[4], dus de specifieke, subjectieve kleur te kiezen uit verschillende nuances van een kleur. Ook moet die kleur worden afgebakend door andere kleuren, waardoor de subjectieve karakterisering verandert. Een kleur blijft op zichzelf staan, met zijn individuele eigenschappen, maar als dit wordt gecombineerd met andere kleuren verandert de taal van de kleur. Kandinsky noemt dit de ‘subjectieve substantie in een objectieve huls’. Hierbij interpreteer ik het objectieve als de verf. De kunstenaar maakt de subjectieve keuze (kleur) vanuit iets objectiefs (verf).
De uiterlijke definitie van een vorm is: een vlak dat wordt afgebakend door een ander vlak. Een vorm kan als doel hebben iets materieels weer te geven, of om te bestaan als zuiver abstract wezen. Al het uiterlijke heeft ook een innerlijke vorm.
De zuiver schilderkundige compositie heeft twee taken:
1 – De compositie als één geheel.
2 – De afzonderlijke vormen die, elk op hun eigen manier, iets toevoegen aan de compositie in zijn geheel. De afzonderlijke vorm moet beschouwd worden als element van de grotere vorm, omdat het zo wordt geplaatst (op zowel innerlijk als uiterlijke waarde) dat het iets toevoegt aan de grote vorm. Vorm in vorm.
Wanneer een vorm/object zodanig kán worden geabstraheerd dat de innerlijke essentie van de compositie hetzelfde blijft, en dit niet wordt gedaan, kan dat object de klank van het abstracte afzwakken waardoor er geen balans is., en wanneer een figuratief object wordt weergegeven en het is niet goed naar waarheid geschilderd (ongeacht of dit om artistieke redenen is of niet) wordt de schilder ook met een anatomische vraag geconfronteerd, een vraag die volgens Kandinsky ‘de schilderkundige bedoeling’ belemmert, daar waar abstracte schilders de vrijheid hebben om hun schilderkundige bedoeling geheel zuiver weer te geven. (Zelf denk ik dat hierbij niet het één of het ander meer een belemmering is, maar het meer een kwestie is van de manier waarop je je gevoel ervaart en benadert, welk gevoel dit is, en welke manier van uitdrukking daar het best bij past.)



video installation in progress: 1

* there is a suggestion of a movement from the real world. is not there. should it be there? * timing is important because it gives contex...